Uit recent praktijkgericht onderzoek van Wageningen University & Research blijkt opnieuw hoe groot de rol van compost kan zijn bij het versterken van de weerbaarheid van teelten – zowel in substraat als in de bodem.
In meerdere proeven is gekeken hoe telers minder afhankelijk kunnen worden van chemische gewasbescherming door slim te sturen op het bodem- en substraatleven. Het microbioom is cruciaal en dat kun je actief beïnvloeden.
Bij komkommer liet toevoeging van compost aan het substraat zien dat planten duidelijk later ziek werden wanneer zij werden blootgesteld aan bodemschimmels zoals Pythium. Ook bij Fusarium werd dezelfde positieve richting waargenomen. Compost blijkt daarmee een krachtige bouwsteen voor een weerbaarder substraat.
Bij kalanchoë werd in meerdere jaren getest met verschillende compostsoorten, in zowel veenvrije als veengereduceerde mengsels. Daarbij is aangetoond dat compost kan bijdragen aan minder uitval door bodemziekten zoals Phytophthora. Belangrijk detail: het type compost en de dosering maken verschil – en moeten goed worden afgestemd op water- en nutriëntenstrategie.
Ook in chrysant werd zichtbaar dat bodems weerbaarheid kunnen opbouwen in de tijd. Toepassing van (onder andere) champost leidde tot minder aantasting door bodempathogenen, al vraagt dit in de praktijk om zorgvuldige dosering vanwege mogelijke effecten op de groei.
Boven- en ondergronds sturen op weerbaarheid: in de gewassen komkommer, kalanchoë en chrysant >
