Compost is een organische bodemverbeteraar die rijk is aan stabiele organische stof. Het is een donkerbruin tot bijna zwart, kruimelig materiaal met de karakteristieke geur van bosgrond. Compost ontstaat wanneer micro-organismen plantaardige reststromen, zoals bladeren, gras, snoeihout, groente- en fruitresten, onder invloed van zuurstof omzetten.
In professionele composteerinstallaties vindt dit natuurlijke proces onder gecontroleerde omstandigheden plaats. De compost die daarbij ontstaat is gehygiëniseerd. Dat betekent dat de plantaardige reststromen tijdens het composteerproces zodanig zijn behandeld dat onkruidzaden en plantpathogenen onschadelijk zijn gemaakt. Hygiënisatie wordt steeds belangrijker, onder meer door de opkomst van invasieve plantexoten, zoals de Japanse duizendknoop.
De BVOR beheert een uitgebreide kennisbank met informatie over compost en compostproductie. Deze is beschikbaar via het Kenniscentrum.
Certificering van compostproducten
Alle compost moet voldoen aan de kwaliteitseisen uit de Meststoffenwet. Daarnaast bestaan certificeringsschema’s die aanvullende eisen stellen, afgestemd op de wensen van afnemers en andere marktpartijen. De bekendste schema’s zijn Keurcompost en RHP.
Toepassingen van compost
Compost vindt vooral zijn weg als bodemverbeteraar in de landbouw. Daarnaast is het steeds vaker onderdeel van teeltsubstraten. Door de toenemende vraag naar hernieuwbare grondstoffen en de maatschappelijke aandacht voor de klimaatimpact van veenwinning groeit de belangstelling voor compost als duurzame vervanger van veen. Compost in substraten voldoet aan strenge kwaliteitseisen.
In de landbouw geldt als vuistregel dat een toename van 1 procent bodemorganische stof kan leiden tot circa 10 procent meer opbrengst bij rooigewassen. Compost draagt bij aan de opbouw van organische stof in de bodem. Regelmatige toepassing levert daarbij de grootste voordelen op voor de bodemvruchtbaarheid en de gewasopbrengst op de langere termijn.
Daarnaast bevat compost relatief weinig stikstof en fosfaat. Van de stikstof in compost is 90 procent vrijgesteld en van het fosfaat 75 procent bij de berekening van de gebruiksnormen in de mestwetgeving. Hierdoor is compost ook vanuit het mestbeleid een aantrekkelijk product voor de landbouw.
Composteringssystemen
Compostering kan zowel binnen als buiten plaatsvinden. Compostering van groene reststromen gebeurt doorgaans buiten op daarvoor ingerichte composteerlocaties. Compostering van gft-reststromen vindt daarentegen plaats in gesloten installaties om geurhinder naar de omgeving te voorkomen.
Bij de verwerking van gft-afval wordt steeds vaker eerst een vergistingsstap toegepast. Daarbij ontstaat biogas, dat als hernieuwbare energiebron kan worden benut. Het digestaat wordt vervolgens nagecomposteerd.
Video: van groene reststromen tot compost
In onderstaand filmpje laat de BVOR zien hoe een professionele inrichting uit groene reststromen – snoeihout, blad, gras – kwaliteitsproducten maakt.