Op geïmporteerde snijbloemen, zoals rozen uit landen buiten de Europese Unie, kunnen residuen van gewasbeschermingsmiddelen aanwezig zijn die binnen de EU niet zijn toegelaten. Dit kan gezondheidsrisico’s opleveren voor mensen die beroepsmatig met deze bloemen werken, zoals bloemisten, veilingmedewerkers en inspecteurs. Daarnaast zijn er mogelijke milieurisico’s wanneer deze bloemen na gebruik via het gft-afval of de composthoop in het milieu terechtkomen.
Dit blijkt uit een recent gepubliceerd adviesrapport van het Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (BuRO), een onafhankelijk adviesorgaan binnen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Het rapport is gebaseerd op onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, waarbij in 2023 en 2024 in Nederland geïmporteerde rozen zijn bemonsterd en geanalyseerd.
Risico’s bij afvoer via gft
BuRO signaleert dat milieueffecten kunnen optreden wanneer geïmporteerde snijbloemen via het gft-afval of via particuliere composthopen worden verwerkt. Mogelijke gevolgen zijn risico’s voor bodemorganismen en bijen, en het ontstaan van resistentie bij schimmels tegen bepaalde werkzame stoffen (zoals azolen). Deze risico’s zijn relevant voor de gehele compostketen en onderstrepen het belang van het voorkomen dat ongewenste stoffen in organische reststromen terechtkomen.
Aanbevelingen en positie BVOR
In het adviesrapport wordt aanbevolen om de aanwezigheid van residuen van gewasbeschermingsmiddelen op geïmporteerde snijbloemen beter te reguleren. Zolang dit niet is geregeld, zijn aanvullende maatregelen nodig, waaronder duidelijke instructies over de veilige afvoer van snijbloemenafval via het restafval in plaats van het gft.
De BVOR benadrukt dat de oplossing voor dit vraagstuk niet ligt bij gft- en groenafvalverwerkers, maar primair bij de bron en de importketen. Het voorkomen van verontreiniging aan de voorkant is essentieel om risico’s voor mens, milieu en de kwaliteit van compost te beheersen. Daarmee sluit de BVOR aan bij het bredere pleidooi voor bronaanpak binnen de afvalsector, zoals bijvoorbeeld van de NVRD.
Vervolg
Het adviesrapport van BuRO is aangeboden aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), Femke Wiersma, en vormt een vervolg op eerdere analyses van risico’s binnen de sierteeltketen.
Naar aanleiding van het rapport heeft minister Femke Wiersma een Kamerbrief verstuurd. Minister Femke Wiersma adviseert de Tweede Kamer om consumenten en bedrijven op te roepen afval van geïmporteerde rozen en andere snijbloemen niet bij het GFT-afval of op de composthoop te deponeren, maar via het huishoudelijk of bedrijfsrestafval af te voeren.
Om eenduidige afvalscheidingsregels te waarborgen, wordt in het advies aangegeven dat deze oproep mogelijk niet alleen voor geïmporteerde snijbloemen zou moeten gelden, maar ook voor snijbloemen die binnen Nederland en Europa zijn geteeld, inclusief biologische bloemen. De mogelijke consequenties hiervan zijn echter nog onvoldoende in beeld en kunnen ingrijpend zijn.
Daarom is het RIVM gevraagd om nader onderzoek te doen naar de noodzaak en proportionaliteit van dergelijke maatregelen. Het kabinet komt hier op een later moment op terug.
