Branche Vereniging Organische Reststoffen

bvor

Effect toediening schone organische reststoffen

Geplaatst op 18 januari 2021

Wordt de bodem meer ziektewerend door toediening van schone organische reststoffen? Om deze vraag te beantwoorden zijn verschillende organische producten, waaronder groen- en gft-compost,  getoetst op hun vermogen om de ziektewering van een bodem te verhogen. Eerst in kasproeven, vervolgens in het veld tijdens de teelt van aardappel en suikerbiet. Ook de effecten op bodemleven en diverse fysisch-chemische parameters werden gemeten.
Tien zeer uiteenlopende organische producten zijn onderzocht op hun vermogen om ziektewering van de bodem tegen plantenpathogenen te verhogen. De producten waren afkomstig van rest- en zijstromen van consumenten (compost), voedingsmiddelenindustrie (keratine afkomstig van kippenveren en varkenshaar), veeteelt (varkensmestkorrels), agrarische industrie (ontvette zaden), natuurterreinen (gras- en slootmaaisel) en een product dat gebruikt wordt voor de champignonteelt (fase-3-eind, een met schimmel doorgroeide gecomposteerde mest). De geselecteerde producten verschilden in hun C/N verhouding, respiratiesnelheid, organische stof gehalte en nutriëntensamenstelling.
Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het PPS-project ‘Sturen op bodemweerbaarheid door toediening van organisch materiaal uit reststromen’ met financiering vanuit de Topsector Agri & Food. Wageningen University & Research heeft het onderzoek uitgevoerd in samenwerking met een groot aantal partijen, waaronder de BVOR. De BVOR is betrokken geweest bij het onderzoeksprogramma tussen 2016 tot 2020, voornamelijk in relatie tot organische stof in de bodem. Bij het vervolgtraject is de BVOR wederom betrokken.

Belangrijkste conclusies uit dit onderzoek

  • Onder gecontroleerde omstandigheden in kasproeven stimuleerden verschillende organische producten de ziektewering van de bodem tegen R. solani en M. hapla in respectievelijk suikerbiet en sla. Ziektewering tegen R. solani correleerde met een toename in schimmelbiomassa, potentieel mineraliseerbare N (PMN) en in mindere mate met heet water extraheerbare koolstof (HWC) in de bodem, terwijl de ziektewering tegen M. hapla verschilde per grondsoort.
  • In de veldproeven werd geen verhoogde ziektewering tegen bovengenoemde pathogenen gemeten. Wel stimuleerden enkele organische producten de ziektewerende eigenschappen van de veldgrond tegen Pythium in een tuinkers biotoets. Biotoetsen in de kas kunnen dus een indicatie geven van de potentie van de organische producten om ziektewering te stimuleren, maar dat wil nog niet zeggen dat dit ook werkelijk in het veld tot uiting komt.
  • Schone organische producten kunnen als meststof toegepast worden, waardoor minder kunstmest (vooral N, P, K) gebruikt hoeft te worden. Compost is een van deze organische producten die ook andere plantenvoedingsstoffen leveren zoals magnesium (Mg), zwavel (S), calcium (Ca), en spoorelementen zoals mangaan (Mn), borium (B) en zink (Zn).
  • Door de gemeten eigenschappen van de organische producten om te rekenen naar hoeveelheid effectieve organische stof (EOS) en de verhouding met de beschikbare nutriënten te bepalen, kan een indicatie gegeven worden waarvoor de producten het beste gebruikt kunnen worden. Producten met een hoge EOS/N- en EOS/P2O5-ratio (bv. compost) hebben vooral een bodem verbeterende werking en producten met een lage EOS/N- én EOS/P2O5-ratio (bv. varkensmestkorrels, ingekuild gras) hebben vooral een werking als N- en P-meststof. De keratineproducten hebben op basis van hun zeer lage EOS/N-ratio een werking als N-meststof. Er is vooralsnog helaas geen goede maat voor producten die ziektewering stimuleren gevonden.

Ziektewering in kasproeven

Ziektewering werd in kasproeven bepaald door doelbewust bodempathogenen toe te voegen aan grond waar de verschillende organische producten doorheen gemengd waren. Hieruit bleek dat meerdere producten de ziektewering van twee zandgronden tegen het schimmelpathogeen Rhizoctonia solani AG 2-2IIIB in suikerbiet en de plant-parasitaire nematode Meloidogyne hapla in sla konden stimuleren. Vier keratine producten (bestaande uit verenmeel en/of haarmeel), schimmel-doorgroeide gecomposteerde mest en groencompost stimuleerden de ziektewering tegen R. solani. Het effect van de organische producten op de ziektewering tegen M. hapla verschilde echter per type zandgrond en zal daarom voor meer grondsoorten getoetst moeten worden om een betrouwbare uitspraak te kunnen doen. De respiratiesnelheid (maat voor de afbraaksnelheid) van de verschillende producten bleek het sterkst te correleren met de ziektewering tegen R. solani en M. hapla, wat op zich begrijpelijk is omdat het hier om kortdurende proeven ging. Diverse bodembiologische indicatoren werden door de organische producten verhoogd.

Veldproef

Dezelfde organische producten zijn vervolgens onder praktijkomstandigheden getoetst in een akkerbouwrotatie op dekzandgrond te Vredepeel. De producten werden in twee opvolgende jaren conform de huidige mestwetgeving en bemestingsadviezen toegediend. Gewasgroei en opbrengsten waren over het algemeen vergelijkbaar met de kunstmest-controle. Suikerbiet en aardappel hadden weinig last van aantastingen tijdens de teelt, er was namelijk bewust een perceel met weinig ziektedruk geselecteerd. Aardappelknollen hadden bij oogst een lichte schurftaantasting, waarbij er een tendens was dat drie van de vier keratine behandelingen minder aantasting hadden dan de kunstmest-controle. Ook het aantal wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans) was bij één van de producten lager dan in de kunstmest controle.

Ziektewering van de bodem werd bepaald door grond uit het veld in de kas te toetsen: hoe ziek wordt een toetsgewas na een doelbewuste besmetting van de grond met pathogenen? Er bleek geen meetbare verhoging van de ziektewering tegen R. solani en M. hapla. Maar een nieuwe biotoets met Pythium ultimum in tuinkers gaf wel verschillen t.o.v. de kunstmest-controle: de ziektewering was verhoogd na toevoeging van keratine producten en de schimmel-doorgroeide gecomposteerde mest. De invloed van de organische producten op het bodemleven was vooral zichtbaar in de analyses van de nematodengemeenschappen (zowel plantparasitaire als niet-plantparasitaire aaltjes).

Belang van een gezonde bodem

Om de aarde leefbaar te houden met een groeiende bevolking is het noodzakelijk om zuinig om te gaan met alle benodigde hulpbronnen. Bovendien moeten we ervoor zorgen dat de kwaliteit van de bodem, de bron van ons voedsel, in stand gehouden of zelfs verbeterd wordt. Voldoende organische stof in de bodem levert hier een bijdrage aan, want dat zorgt bijvoorbeeld voor een goede bodemstructuur, vochtvasthoudend vermogen, nutriënten levering en dient tevens als voedsel voor het bodemleven. Door organische reststromen en bijproducten aan de bodem toe te voegen als bodemverbeteraar of als organische meststof is minder kunstmest nodig, wordt het bodemleven gestimuleerd én kan de bodemkwaliteit verbeterd worden. Er wordt dan ook veel onderzoek uitgevoerd naar de effecten van organische stof op gewasproductie en bodemkwaliteit. Maar over het effect op ziektewerend vermogen van de bodem is veel minder bekend. Vandaar dat we dit onderzoek hebben uitgevoerd.

Meer informatie

Download rapport:

Hier vindt u meer informatie over het project Bodemweerbaarheid sturen met organische reststoffen.

Bron: Beter Bodembeheer> 

banners

 

ledeninlog